EVENING | onderzoek naar gelijke kansen in voorschoolse educatie

Ter info: voor het protocol dat het consortium hanteert vanwege het coronavirus kijk hier.

Vanaf augustus 2020 hebben Nederlandse gemeenten de wettelijke taak om 960 uur voorschoolse educatie aan te bieden aan doelgroepkinderen van tweeënhalf tot vier jaar. Veel gemeenten zullen hierdoor het urenaanbod (nu meestal 10 tot 12 uur i.p.v.16 uur per week) moeten verruimen, of hebben dit onlangs al gedaan.

EVENING onderzoekt de effectiviteit van de maatregel, met als belangrijkste vragen: heeft de maatregel een positief effect op de sociaalemotionele, motorische, talige en cognitieve ontwikkeling van doelgroepkinderen en maakt de manier waarop de maatregel wordt uitgevoerd uit voor de grootte van de effecten?

Het onderzoek is in april 2019 gestart en loopt tot en met maart 2023. Het maakt deel uit van een breed monitorings- en beleidsevaluatieprogramma opgesteld door het ministerie van OCW en wordt uitgevoerd door een onderzoeksteam van de Universiteit Utrecht en Sardes.

EVENING staat voor Effectstudie Voorschoolse Educatie: een natuurlijk experiment in Nederlandse gemeenten. Het woord ‘evening’ (een vorm van “to even”) verwijst naar het belangrijke doel van voorschoolse educatie: het vergroten van kansengelijkheid.

In het EVENING-project worden vier soorten gegevens verzameld: gegevens over de ontwikkeling van de kinderen, gegevens over de gezinnen waar deze kinderen uit komen, gegevens over de (kwaliteit van de) voorschoolse voorzieningen, gegevens over het gemeentelijk beleid omtrent de maatregel.

In totaal doen ongeveer 300 voorschoolse voorzieningen – ongeveer 2000 kinderen – mee aan dit onderzoek. Bij al deze kinderen komen we een keer langs als het bijna vier jaar oud is. Bij de meeste kinderen komen we al eerder thuis langs, namelijk rond de tijd dat het kind ongeveer tweeënhalf jaar oud is. Er worden drie groepen kinderen gevolgd. Lees meer over de kinderen.